DAP De Mol

Dierenarts Inge Boere - tel: 089/50 17 38

CASTRATIE EN/OF STERILISATIE VH KONIJN

Sun, 2011-10-16

CASTRATIE EN/OF STERILISATIE KONIJN

1. Wanneer geslachtsrijp:

Rammen zijn geslachtsrijp vanaf ongeveer 3 -3,5 maanden oud, max. 6 maanden oud. ( kleine rassen zijn sneller geslachtsrijp dan grote) Het is dus belangrijk dat ze op die leeftijd al gescheiden van de voedsters zitten, tot ze de leeftijd bereiken dat ze gecastreerd kunnen worden.
Voedsters zijn meestal iets vroeger vruchtbaar dan rammen, maar ook bij voedsters zou ik de leeftijd van 3 maanden aanhouden om ze van rammen te scheiden, die leeftijd is immers nog veel te jong om moeder te worden.

Om ze niet van elkaar te laten vervreemden moeten ze in de scheidingsperiode wel contact kunnen houden met elkaar, ze moeten elkaar kunnen zien en ruiken, en indien mogelijk gescheiden door gaas tegen elkaar aan kunnen liggen. Ze zullen niet kunnen vechten en ze hebben beiden hun eigen territorium. Als de konijnen nerveus van elkaar worden, wat zich kan uiten door gestamp, is het beter de kooien iets uit elkaar te zetten, maar zo dat ze nog steeds elkaar kunnen zien en ruiken. Als ze helemaal geen contact meer met elkaar zouden hebben gedurende lange tijd, zullen ze elkaar na de castratie als vreemde konijnen zien, en kunnen alsnog gevechten uitbreken.

2. Wanneer castratie:

Een ram kan in principe gecastreerd worden als zijn teelballen zijn ingedaald, dat kan al rond de 3 maanden ouderdom zijn. Wij doen dit meestal vanaf de leeftijd van 5-6 maanden ouderdom. Geslachthormonen hebben namelijk ook invloed op de botopbouw, het is daarom beter een konijn eerst te laten uitgroeien.
De castratie van een voedster kan ook vanaf de leeftijd van 6 maanden. Het is aan te raden om de baarmoeder en de eierstokken van een voedster waar niet, of niet meer, mee wordt gefokt, chirurgisch te laten verwijderen vóór de leeftijd van 2 jaar. Het uitvoeren van deze ingreep op een leeftijd van ½ tot 1 jaar maakt dit minder ingrijpend voor het konijn en gemakkelijker voor de chirurg, in verband met de aanwezigheid van een veel kleinere hoeveelheid vet in de buikholte.

3. Redenen voor castratie:

Konijnen zijn sociale dieren. Het liefst hebben ze een vriendje of vriendinnetje. Omdat rammen moeilijk samen gehouden kunnen worden en voedsters lastig te koppelen zijn is de beste combinatie een gecastreerde ram en een (evt ook gecastreerde) voedster

1. Gecastreerde konijnen zijn aangenamer gezelschap:

- agressie: bv bijten in de enkels van de eigenaar
- territoriumdrift en dominantiebepaling: kunnen ontstaan vanaf ongeveer 3 maanden ouderdom. Ongecastreerde konijnen, ook broertjes, zullen meestal gaan vechten, soms op leven of dood. De gevechten gaan om te bepalen wie de baas is, dus wie het territorium beheerst. Broertjes, of mannetjes die vanaf heel jong samen zitten, moeten op de leeftijd van 3 maanden gescheiden worden, en op 5-6 maanden gecastreerd worden, en een paar weken na de castratie weer aan elkaar gewend worden. Om ze niet van elkaar te laten vervreemden moeten ze in de scheidingsperiode wel contact kunnen houden met elkaar, zoals hoger vermeld.
-territoriaal gedrag wat de kooi betreft. Mocht eerst eten neergezet worden, of geaaid als het konijn in de kooi zit, plotseling gaat het konijn grommen en bijten om zijn territorium te verdedigen. Op dit moment ziet het konijn de hand niet meer als de hand van de mens waarvan hij houdt, maar als "iets wat zijn territorium binnendringt". Het kan gebeuren dat het konijn na het bijten bij zinnen komt, schrikt van zijn gedrag en schuldbewust de hand gaat likken. Om de volgende dag weer precies hetzelfde te doen. Buiten de kooi gedraagt het konijn zich volkomen normaal. Hier kan castratie helpen, omdat dit puur hormonaal gedrag is

2. U voorkomt vervelend gedrag:

-overdreven sexueel gedrag: zoals het willen rijden op voeten, benen, handen en armen van mensen
- sproeien: tussen 5 en 8 maanden komen konijnen in de puberteit. Bij mannetjes betekent dit vaak extreem sproeigedrag. Ze hebben een sterke neiging om hun territorium af te bakenen. Dit betekent dat het konijn ook over kleren en schoenen sproeit, van het mens dat hij als "eigendom"ziet. Het heeft niets met zindelijkheid te maken, maar alles met hormonen.

3. Geen nakomelingen meer kunnen produceren, niet meer bijdragen tot een konijnenoverschot

4. Gecastreerde konijnen leven langer en gezonder:

-rammen: vechten minder en zijn rustiger
-voedsters: beschermt u hiermee tegen baarmoederkanker en schijndracht

uteriene adenocarcinoma of baarmoederkanker

Is de meest voorkomende tumor bij vrouwelijke konijnen: een voedster van 4 jaar of ouder zou 50- 80 % kans op baarmoederontsteking kunnen hebben, in de praktijk zien we dit gelukkig minder. Aan de universiteit spreekt met over 6% van alle konijnen die met problemen worden aangeboden. Dit komt voor onafhankelijk van het feit of een konijn een nestje heeft gehad of niet.
Door het ouder worden verandert de structuur van de baarmoeder waardoor deze tumor zich kan ontwikkelen. Deze tumor groeit traag, via de baarmoederwand zelf kunnen er uitzaaiingen ontstaan in de buikholte. Via het bloed kunnen uitzaaiingen ontstaan in de longen, lever en soms in de hersenen en het bot, dit ziet men na 1 -2 jaar.
Rasgevoeligheid: tan, french silver en Dutch
De vroege tekenen zijn verminderde vruchtbaarheid, kleine nestgrootte, doodgeboorte of resorptie van de vruchtjes.
De eerste ziekteverschijnselen zijn vaak: bloed bij de urine op het eind van de plas en bloederige vaginale uitvloeiing. Ook cystes thv de melkklieren kunnen ontstaan. Bij uitbreiding van de ziekte worden de voedsters suf, hebben een verminderde eetlust, vertonen een sterke vermagering en zijn benauwd bij uitzaaiingen in de longen en eventueel buikvocht.
Meestal wordt de diagnose gesteld doordat er een onregelmatig vergrote baarmoeder of bolvormige massa’s van 1-5cm groot achteraan in de buik te voelen zijn.
Verder onderzoek bij deze bevindingen kan dan bestaan uit het maken van röntgenfoto's van buik- en borstholte (detecteren van uitzaaiingen)of een echo-onderzoek van de buik.
De behandeling bestaat uit het wegnemen van baarmoeder en eierstokken met een goede prognose als er nog geen uitzaaiingen zijn. Toch dient het konijn elke 3 maanden tot de periode van 1-2 jaar na de operatie nog gecheckt te worden op mogelijke uitzaaiingen. Daarom is preventie dan ook de beste oplossing: nl sterilisatie voor de leeftijd van 2 jaar, liefst tussen 6-12m ouderdom, vanwege minder vet in de buikholte.

Schijndracht

kan zelfs optreden bij alleen gehuisveste konijntjes! Dit duurt meestal 16 -17 dagen en wordt vaak gevolgd door het uittrekken van de haren en nestdrang. Tijdens de eerste 10 dagen kan je duidelijk gezwollen melkklieren zien. Schijndracht verdwijnt terug vanzelf maar kan weer terugkomen en lijden tot baarmoederontsteking. Hier geldt ook voorkomen is beter dan genezen! Het beste wordt het konijn gesteriliseerd nadat de melkklieren ontzwollen zijn. Toediening van hormonen blijkt niet effectief te zijn.

4. Verwarring tussen de benaming castratie en sterilisatie:

Castratie houdt in dat bij de ram de teelballen en een stukje zaadleider worden verwijderd, en bij de voedster eierstokken/eileiders en eventueel de baarmoeder.
Sterilisatie houdt in dat de zaad- of eileiders worden afgebonden of doorgeknipt. Zo kunnen er geen nakomelingen meer verwekt worden, maar de hormoonhuishouding blijft wel nog dezelfde.
Het best is dus om je konijn te laten castreren, hierdoor verandert namelijk de hormoonhuishouding.
In de volksmond gebruikt men echter castratie voor de ingreep bij de ram en sterilisatie voor de ingreep bij de voedster waarbij de teelballen of eierstokken verwijderd worden!

5. De operatie zelf:

een konijn is geen klein kat of hond, dus kies een konijnkundige dierenarts!

-de voorbereiding:

-Een konijn is een prooidier en dus erg bang en timide: juist hanteren ivm mogelijke onverwachte bewegingen van het konijn is erg belangrijk, door paniek kunnen ze hun heup of rug breken!
-Denk er aan dat een konijn nooit mag vasten voor een operatie! Een konijn kan niet braken (zoals een hond en kat wel kunnen)! Het is van het grootste belang dat je konijn voedsel in zijn darmen houdt, het stilliggen van de darmen is levensgevaarlijk voor een konijn. In plaats van te vasten kun je je konijn beter nog even wat lekkers toestoppen voor de operatie.
Stress, antibiotica , pijn en voedingsveranderingen kunnen de delicate werking van darmflora en darmmotiliteit zodanig beïnvloeden, dat een konijn gaat vasten na de operatie met sterfte tot gevolg.
-Een volledig pre-anaestetisch onderzoek, met navraag naar de eetlust en voeding van het konijn en controle op voldoende hydratatie en afwezigheid van infecties dienen te gebeuren voor de ingreep.
-vermits stress de narcose negatief gaat beïnvloeden laat ik de konijnen bij voorkeur in hun eigen kooi binnenbrengen voorzien van vers hooi, eten en drinken.
-een warmtematje of verwarmd waterbed zijn noodzakelijk om tijdens de narcose de lichaamstemperatuur op peil te houden. (zie voorbeeld)
-klein chirurgisch materiaal, niet te zwaar, speciaal voor de operatie van konijnen en knaagdieren.(zie voorbeeldklemmen)
-zeer dunne gevoelige huid: moeilijk te scheren, eventueel ook knippen of kleine tondeuse. (zie voorbeeld)

-narcose/antibiotica/vloeistoftherapie:

-Het allerbelangrijkste is een veilige narcose. Elke dierenarts heeft z’n eigen protocol, routine is belangrijk, zo valt elke afwijking onmiddellijk op en wordt er snel ingegrepen. Bij voorkeur wordt er een inhalatienarcose gebruikt, dat wil zeggen dat het konijn een kapje krijgt met zuurstof en gasvormige narcosemiddelen nl Isoflurane of geïntubeerd wordt. Het direct onder narcose brengen met een kapje leidt vaak tot een panieksituatie bij het konijn en daarom geven we een inleidende narcose met Sedator en Ketamine per injectie.
-Antibiotica therapie is noodzakelijk bij de aanwezigheid van infecties van de ademhalingswegen (snot/ Pasteurella infecties) of bij abcessen, wij geven echter standaard een AB injectie bij operaties.
-Vloeistoftherapie: toediening van serum IV of SC kan nodig zijn bij sterilisatie voedster.
-Injectie Primperan of Vomend: bevordert de darmmotiliteit.

-anatomie/de operatie zelf:

-castratie ram:

De castratie van de ram lijkt erg op de castratie van een kater, maar er is 1 groot verschil: de teelballen kunnen in de buik opgetrokken worden, er is een vrij groot open kanaal tussen het scrotum en de buikholte: daarom voeren wij dan ook een bedekte castratie uit, om te voorkomen dat via dit kanaal later buikvet of ingewanden zouden kunnen terechtkomen in het scrotum en er een breuk zou kunnen ontstaan.
Het konijn word uitgebonden in rugligging. Het scrotum wordt voorzichtig geschoren. Na desinfectie wordt de omgeving steriel afgedekt. Er wordt een insnede gemaakt van 1-1,5cm door de huid en door de tunica, de teelbal wordt uit de tunica gedrukt en het resterende ligament wordt losgetrokken. De teelbal wordt verder uit het zakje gehaald om zo het bloedvat en de zaadleider vrij te maken, deze worden afgebonden samen met de tunica. Dit gebeurt aan beide kanten van het scrotum. De huid wordt geplakt met Vetbond. (zie fotoreportage)

-sterilisatie voedster:

De baarmoeder van een konijn bestaat uit 2 hoornen, geen baarmoederlichaam en iedere hoorn eindigt in een cervix of baarmoederhals, deze komen samen net voor de blaas. De baarmoeder van een konijn is veel fragieler dan bij een kat of hond en de ophangbanden van de baarmoeder zijn de belangrijkste plaats waar buikvet wordt opgeslagen bij het konijn, daarom steriliseren we ze het liefst op jongere leeftijd omdat dit de operatie erg kan bemoeilijken.
Het konijn wordt uitgebonden in rugligging, eerst wordt de blaas leeg gedrukt. De buik wordt geschoren en gedesinfecteerd. In de middellijn wordt een insnede gemaakt van ongeveer 3cm tussen de navel en de bekkenrand. De buik wordt zeer voorzichtig geopend, de huid en buikwand zijn erg dun en vaak ligt de blaas of de darm net tegen de huid en deze mogen natuurlijk niet beschadigd worden, de baarmoeder wordt via deze opening voorzichtig uit de buik gelicht. De eierstokken en cervix worden dubbel afbonden en de volledige baarmoeder wordt verwijderd. (de eileider is verschillende malen langer dan bij de kat of hond). De buikwand wordt doorlopende gehecht, de huid wordt intradermaal gehecht. De huidwonde wordt nogmaals extra gedicht met vetbond huidlijm.

-recovery/medicatie,pijnbestrijding:

Een konijn dat pijn heeft is inactief, eet niet, reageert slecht en kan eventueel tandenknarsen. Daarom gebruiken we pre- en postoperatief pijnstillers. Bij ons zijn dit Metacamdruppels. Belangrijk is het om deze hoog genoeg te doseren en minstens 2x daags te geven in tegenstelling tot bij de kat en de hond.
De konijnen ontwaken bij ons in een couveuse, de lichaamstemperatuur moet op pijl gehouden worden tijdens en na de ingreep, door onderkoeling kan een klein dier in shock geraken met zelfs de dood tot gevolg. Tijdens de recovery wordt het konijn regelmatig van de ene op de andere zij gedraaid dit dient ook om de recovery te bevorderen.
Na de operatie wordt er een antidoot: antisedan toegediend, dit is een soort tegengif dat de werking van de Domitor neutraliseert.
Indien nodig kan het konijn postoperatief en speciale body dragen om de wonde te beschermen. (zie voorbeeld)

6. Nazorg thuis:

Zorg er voor dat je konijn vers water tot zijn/haar beschikking heeft. Het liefst naast de drinkfles ook een bakje water, voor als het konijn te zwak is om bij de drinkfles te kunnen. Zet een bak droogvoer, een ruif met hooi en lekker vers groenvoer neer voor je konijn, zodat hij/zij snel weer tot eten kan worden verleid.
Vul de kooi niet met stro maar met kranten of handdoeken. Stro kan namelijk in de wond prikken. Leg een warmtekruik in het hok van het konijn, maar zorg er voor dat hij wel kan kiezen of hij er op wil liggen of niet.
Zorg er voor dat je een injectiespuitje zonder naald en wat babyvoeding wortel of supreme science recovery in huis hebt, uit voorzorg. Het is namelijk van belang dat je konijn binnen 24 uur na de operatie weer gaat eten, doet hij dat niet dan moet je hem dwangvoeren. Controleer ook of je konijn stoelgang produceert.
Controleer dagelijks de wonde op roodheid of ontsteking.

7. Wachten met koppelen:

Een ram kan tot 2 weken na de castratie nog een voedster bevruchten, wacht dus met koppelen tot de castratie minstens 2 -3 weken geleden is.

8. Hoe kunt u zien of een konijn gecastreerd/gesteriliseerd is?

-Ram: het scrotum is leeg, er zijn geen teelballetjes te voelen

-Voedster: je kunt de buik van je konijn scheren en op zoek gaan naar een eventueel litteken van de operatie maar dit blijft giswerk …

Spreekuren

Ma
10-11u
16-19u
Di
10-11u
16-19u
Wo
14-16u
18-20u
Do
op afspraak
Vrij
10-11u
16-19u
Za
10-12u
wachtdienst
Zo
wachtdienst

Balie open

Ma
9-19u
Di
9-19u
Wo
9-19u
Do
9-19u
Vr
9-19u
Za
9-12u
Zo
gesloten